Al sinds zijn ‘ontstaan’ is de mens onlosmakelijk verbonden met technologie en gebruikt hij technologie als een verlengstuk van zichzelf. Voortdurend zijn we bezig om onszelf als mens te verbeteren met deze nieuwe technologie, door onszelf uit te breiden met technologie, onze genen te repareren, defecte onderdelen te vervangen en onszelf te versterken.

We zijn op weg naar een toekomst waarin we zullen samenleven met een technologie die slimmer is dan wijzelf, die zichzelf kan vermenigvuldigen en die intiem met ons verweven zal zijn. Is het onderscheid tussen mens en machine dan nog te maken?

Deze ontwikkelingen leiden tot strategische en maatschappelijke vragen waar ik me al meerdere jaren mee bezighoud.

Binnenkort meer

Collectieve intelligentie

Een van die vragen, naast vele maatschappelijke en morele, ethische, is de vraag hoe mens en kunstmatige intelligentie in de toekomst gaan samenwerken. Hoe kan dit leiden tot meer collectieve intelligentie, dus:

Hoe kan een systeem van mensen en kunstmatige intelligente systemen (fysiek al dan niet virtueel) zodanig samenwerken dat de soms van de delen de individuele bijdragen overstijgt?

Gaan we in de toekomst een zesde zintuig krijgen waarmee we kunnen samenwerken met anderen, net zoals groepen spreeuwen samen kunnen zwermen als ze de oversteek over de Middellandse Zee maken?

Lees ook mijn artikel: Samen slimmer of samen dommer? en Collectieve intimiteit. Hierin verken ik een toekomst waarin we tot meer empathie zouden kunnen komen (zoals in de film Avatar, de tree of life) als tegenhanger van het kille beeld van The Borg.

 

Toekomstverkenning De Mens in 2050 (MK, 17-09-10)_1 kopie