Ik onderzoek de impact van digitalisering en van de platformeconomie op de overheid zelf. Dit levert de volgende vragen en inzichten op.

De overheid als platform (government as a platform)

Digitalisering brengt de vraag met zich mee hoe het publieke domein, en de rol van de overheid hierbij, moet worden vormgegeven in het digitale. Hoe de overheid moet inspelen op digitalisering: de overheid als platform.

smart_cities_3visions_mk
Drie visies op overheidssturing en digitalisering

Hoe kan de overheid haar taken beter en efficiënter uitvoeren door optimaal gebruik te maken van de kracht van platformen, enerzijds door regulering van bestaande platformen en door zelf platformprincipes in te zetten zoals Google, Uber en Facebook die hanteren. Hoe kan het platformdenken toegepast worden op de overheid, wat kan die ervan leren? Lees: De nieuwe kansen van digitalisering voor overheid: hoe ze maatschappelijke innovaties kan versnellen door het voortouw te nemen bij platformen.

Digitalisering creëert kansen om grote maatschappelijke uitdagingen op een radicaal andere manier aan te pakken: door nieuwe samenwerkingsverbanden en met inbreng van burgers. De overheid kan deze transities versnellen door platformen te bouwen rond die maatschappelijke uitdagingen, die belangrijke knelpunten wegnemen en samenwerking tussen verschillende stakeholders vergemakkelijken.

Bij het denken over de overheid als platform zijn de drie elementen van belang die telkens terugkeren bij platformen (bijv. Uber of Apple):

1. Data

Data vormen de lijm tussen alle processen en onderdelen van het platform en de verschillende spelers. Bij ‘data’ gaat het om alles wat te maken heeft met het verzamelen, verwerken en interpreteren van data, de basisgrondstof van de digitale samenleving. Welke aannames zitten er in de gebruikte algoritmes en in hoeverre zijn deze op publieke waarden gebaseerd? Hoe wordt er omgegaan met de verzamelde data en de interpretaties eruit? Waar worden de data opgeslagen en wie is er de eigenaar van?
Lees ook: 

2. Infrastructuur

De infrastructuur vormt de harde kern van het platform. Het is de gemeenschappelijke basis waarop alles werkt, die alles (lees: alle burgers en bedrijven) ondersteunt. Dit is de nieuwe generatie digitale infrastructuur op het gebied van energie, internet en bouwen. Daarbij horen ook de afspraken, protocollen, standaarden en verdragen waarmee we onze samenleving vormgeven. Wie is eigenaar van de infrastructuur? Hoe zijn beschikbaarheid, toegankelijkheid en continuïteit gewaarborgd? Lees ook: Netneutraliteit en de strijd om de toegang tot platformen.

In hoeverre is er een splitsing nodig tussen een nutsfunctie en toepassingen en diensten op de infrastructuur? In hoeverre mag er onderscheid gemaakt worden tussen diensten in tarieven en beschikbaarheid?

3. Communities

Hier draait om het samenkomen van verschillende spelers op het platform en hun interacties. Bedrijfsmatige platforms zijn vaak ingericht als een marktplaats waar vragers en aanbieders elkaar ontmoeten, of aan elkaar verbonden worden op basis van gebruikersprofielen en beoordelingen. Bij een overheid zal het meer gaan om sociale marktplaatsen waar burgers met elkaar samenwerken of met de overheid of bedrijven en waar sociale en maatschappelijke diensten worden ontwikkeld, zoals zorg, sociale zekerheid en veiligheid. Hier spelen vragen over besluitvorming een grote rol: op basis van welke onderhandeling komt een transactie tot stand? Wat zijn ‘eerlijke’, rechtvaardige, sociale afspraken waarop partijen rond de digitale overheid samenwerken? Lees: Samen op een sociale marktplaats. Hoe de overheid kan transformeren naar een platform voor het sociaal domein.

Regulering van platformen (governance of platforms)

Verder is er de vraag hoe de overheid de ontwikkelingen rond platformen in goede banen kan leiden. Zie de platformeconomie.

Zelfregulering via platformen (governance by platforms)

Platformen kunnen ook aanleiding geven om overheidsregulering te verminderen. Zou zou regulering van de taxidienstverlening (via taximeter, standplaatsen, vergunningen) vervangen kunnen worden door zelfregulering door reputatiesystemen op platformen waarbij consumenten en chauffeurs elkaar beoordelen. De overheid zou dan vooral moeten toezien op reputatiesystemen, beoordelingen en matchingsalogoritmen die platformen hanteren en of deelnemers daarin een eerlijke positie kunnen verwerven.