Ik zoek onderzoek al jaren de ontwikkeling van de slimme stad en de toekomst van de overheid, geef er lezingen over en adviseer diverse overheden. Op deze pagina een overzicht van de verschillende invalshoeken die ik heb onderzocht.

Hoe worden publieke diensten gecreëerd in de smart city?
Hoe ziet de overheid van de toekomst eruit en wat is haar rol?
Hoe ziet het samenspel eruit tussen burgers, bedrijven en overheden, die samen de leefomgeving vormgeven? De toekomst van marktwerking en burgersparticipatie.
Hoe blijft de ‘smart city’ inclusief en democratisch gelegitimeerd en bestuurd?

Smart cities, de intelligente omgeving

De drijvende kracht voor deze ontwikkeling is de uitrol van digitale technologieën en infrastructuren op het gebied van communicatie (5G), sensoren, verlichting, energie, mobiliteit en wonen. Er wordt ook wel gesproken van het Internet der Dingen en smart cities. Steeds meer objecten in de omgeving, van lantaarnpalen en rookmelders tot auto’s, zijn met internet verbonden en beschikken over sensoren waarmee ze informatie uit hun omgeving kunnen verzamelen. Sensoren in en op gebouwen, smartphones en andere objecten geven een steeds rijker, bijna live, beeld van de processen die zich in de stad afspelen.

Met deze data kunnen gepersonaliseerde diensten worden geleverd bijvoorbeeld op het gebied van mobiliteit zoals Uber, TomTom en SnappCar. Logistieke processen zoals verkeer en afvalstromen kunnen worden geoptimaliseerd. Steden zouden beter bestuurd kunnen worden met als gevolg: minder files, minder energieverbruik en een gezondere bevolking. Dit is de belofte van de slimme stad. Bij deze infrastructuren en diensten spelen platformen en algoritmes een belangrijke rol. De traditioneel gescheiden domeinen van energie, wonen en bouwen, telecom en bestuur beginnen steeds meer door elkaar heen lopen.

De stad wordt steeds meer een omgeving waarin ook relatief kleinschalige productie (zoals urban farming) en co-creatie van producten en diensten kan plaatsvinden. Lees: De vierde revolutie maakt de stad tot platform.

Lees mijn uitgebreide analyse over de opkomst van digitale infrastructuren en de bijbehorende ecosystemen: ‘Meer grip op de leefomgeving‘.

Eigenaarschap van digitale infrastructuren

De nieuwe generatie digitale infrastructuren en de daarin verzamelde data zijn vaak niet in handen van de overheid, die de afgelopen decennia is teruggetreden. Vaker zijn ze eigendom van grote internationaal opererende ondernemingen zoals telecombedrijven, smartphonefabrikanten, socialenetwerksites, energiemaatschappijen, banken, leveranciers van verlichting en navigatiesoftware. Denk aan bedrijven als Facebook, KPN, Eneco, Siemens, Philips, TomTom en Google. De afgelopen jaren heeft hier een enorme machtsconcentratie plaatsgevonden: een handjevol bedrijven lijkt steeds dominanter te worden in het digitale domein.

De digitalisering heeft invloed op de maatschappelijke verhoudingen en verdienmodellen. Sommige spelers versterken hun controlerende positie, andere worden afhankelijker. Waar moeten overheden op letten bij het stimuleren en ontwikkelen van regulerende mechanismen?

Lees meer deze ontwikkelingen en voorbeelden zoals de melkrobot, kleine energiecoöperaties en huizenverhuur en een handreiking aan de overheid hoe hiermee om te gaan in het advies ‘Technologie op waarde schatten’.

Van ‘government’ naar ‘governance’

Bedrijven leveren belangrijke diensten en verzorgen de digitale infrastructuren van de toekomst op het gebied van communicatie, energie, bouwen en smart city besturingssoftware. Burgers spelen een belangrijke rol bij veiligheid, sociale cohesie en zorg.

Een belangrijke vraag is of de smart cities zullen leiden tot meer ruimte voor inbreng van burgers, burgerinitiatieven en zelforganisatie, of dat deze leidt tot meer technocratie: technische systemen in handen van enkele bedrijven en bestuurders die complexe ondoorzichtige beslissingen nemen.

We zien rond ‘smart cities’ deze verschillende sturingsidealen terugkomen. Aan de ene kant het beeld van de strak geleide en efficiënte ‘Sim City’ (verwijzend naar een computerspel) waarin bestuurders aan de knoppen zitten van een intelligente control room waarin met voortdurend verzamelde data. Dit beeld zien we veel terug bij technologiebedrijven die de infrastructuur en diensten voor smart cities en het internet of things ontwikkelen.

Aan de andere kant het ideaal van de ‘favela’ waarin zelforganiserende burgers zelf beslissen over begrotingen en samen hun wijk inrichten en besturen, schoon en veilig houden. Hierbij past het ideaal van een doe-democratie en participatiemaatschappij waarbij burgers het initiatief nemen en de overheid ze ondersteunt.

smart_cities_3visions_mk
Drie visies op het bestuur van de slimme stad van top-down tot bottom-up.

De ‘stad als platform’ en ‘de overheid als platform’

Het inzicht groeit dat er een middenweg gevonden zal moeten worden waarbij de overheid burgers deels vrijheid geeft en deels een stevige basis neerzet waarin algemeen belang en publieke waarden worden geborgd en besluitvorming transparant en controleerbaar is. Dit is het beeld van de stad als platform (meer technologisch) of, wanneer we inzoomen op de publieke taken en de rol van de overheid: de overheid als platform. Dit kan ook gezien worden als een publieke laag of ‘publieke licentie’ waarmee diensten op het (smart city) platform worden aangeboden.

Via gelaagde en modulaire platformen werken overheden slim samen met bedrijven en burgers om publieke diensten en nutsfuncties tot stand te brengen en om hierbij publieke waarden te borgen. De rol van de overheid verandert hiermee van een Big Government naar een bestuurder, regulator of regisseur (‘governance’) van ecosystemen met bedrijven, burgers en overheden.

Lees meer over deze visie op de overheid van de toekomst in: ‘De overheid als platform’.

Nudging

De smart city geeft nieuwe mogelijkheden om het gedrag van burgers te sturen door bewezen psychologische principes toe te passen om mensen aan te zetten tot verantwoord gedrag. Dit wordt ook wel ‘nudging’ genoemd. Een duwtje in de ‘goede richting’ maar wie bepaalt er wat gewenst is?  

Lees verder over de sturing van burgers door bedrijven en overheden: De intelligente omgeving: aanjager van gewenst gedrag?

Samen creëren en beslissen

De digitale technologieën van de ‘smart city’ maken het mogelijk dat burgers, bedrijven en overheden op nieuwe manieren samen diensten creëren en financieren, zoals zorg, onderwijs, veiligheid of mobiliteit.

Democratie en de stad van 2030

Daarnaast kunnen nieuwe vormen van collectieve besluitvorming het mogelijk maken dat burgers meer participeren, meer decentraal hun eigen beslissingen nemen en zelforganiserend kunnen worden.

Het toekomstbeeld ‘Samen creëren en beslissen in de slimme stad‘ beschrijft hoe dat eruit kan zien. En de vele uitdagingen en dilemma’s die dat alles met zich meebrengt. Download hier het toekomstbeeld.

Slimme burgers

Slimme steden vragen ook om slimme burgers (smart citizens) die in staat zijn om informatie over hun omgeving te verzamelen en op basis daarvan initiatieven te ontplooien en zelf diensten te produceren. Bovendien kunnen zij zo overheden en bedrijven kritisch blijven controleren en bevragen. Burgers die zelf meten, produceren, maken, kritisch controleren.

Voorbeelden hiervan zijn Geluidsnet rond Schiphol, het netwerk Bevingmeter in Groningen waar burgers zelf de aardbevingen meten, en Vangstenregistratie dat inzicht geeft in de visstanden. Burgers kunnen zo een wezenlijke bijdrage leveren in bijvoorbeeld het helpen terugvinden van wrakstukken op satellietfoto’s en het helpen ontrafelen van milieuvraagstukken in de vorm van een serious game.

In het artikel ‘Smart cities require smart citizens‘ (verschenen in het boek ‘Our City?’ geeft ik een overzicht geeft van de uiteenlopende manieren waarop burgers kunnen participeren en creëren.

Sharing cities: deeleconomie in de stad

Digitale platformen maken het makkelijker voor burgers om elkaar te helpen en om samen te werken omdat ze grote aantallen burgers met een vraag om hulp of spullen kunnen samenbrengen met aanbieders van hulp en diensten. Meer over de deeleconomie lees je hier.

Op termijn zouden mobiliteitsdiensten kunnen leiden tot een compleet ander ontwerp van de stad: minder parkeerplaatsen in binnensteden bijvoorbeeld. In binnensteden is de impact van e-commerce steeds meer zichtbaar. Winkelketens verdwijnen en webwinkels openen filialen: grote waarin je alles kunt zien of kleine die vooral als afhaalloket dienen. Popupstores en innovatieve warenhuisconcepten spelen een belangrijke rol in het zoeken naar nieuwe verdienmodellen die aanspreken bij de consument. Lees verder: Toekomst van de retail.

Collectieve besluitvorming

Smart cities kunnen het ook mogelijk maken dat burgers gezamenlijk op een verstandige manier beslissingen nemen op een nieuwe en rijkere, frequentere manier dan via stemmen of referenda. Bijvoorbeeld met behulp van ‘decision support systems’ waarbij in meerdere rondes tot consensus gekomen wordt. Technieken die worden ingezet in organisaties om strategische beslissingen te nemen. Lees ook: Samen beslissen op online media.

Deze nieuwe vormen van collectieve besluitvorming zouden ook gebruikt kunnen worden om de democratie te verrijken met naast representatie ook directe democratie. Lees meer over digitale participatiemiddelen op: Democratie en sociale media

Grenzen aan participatie

Op vrijwel alle niveaus en op alle plaatsen hebben overheden de afgelopen jaren geëxperimenteerd met burgerparticipatie: van burgers die hun mening mogen geven tot burgers die mogen meehelpen en meewerken, bijvoorbeeld aan het bijhouden van groenvoorzieningen. Toch worden na meer dan tien jaar praten en experimenteren nog altijd dezelfde ‘fouten’ gemaakt.

Uit onderzoek en ervaring blijkt dat slechts een kleine groep burgers actief participeert. En wat te doen als burgerinitiatieven elkaar gaan raken of gaan interfereren met het algemene belang, opsporing en veiligheid? Was de overheid er niet juist om dit soort lastige beslissingen te nemen en conflicterende belangen af te wegen? Waar ligt de balans tussen bottom up en top down, tussen het verticale en horizontale? En is de ‘participerende samenleving’ niet een mooi excuus om te bezuinigen op sociale zekerheid en de problemen over te hevelen naar burgers?

In een tijd waarin er een overvloed aan meningen en communicatiemiddelen je dagelijks een opiniepeiling zou kunnen doen, is het des te belangrijker om een discussie te voeren over de grenzen van ‘participatie’. Burgerparticipatie is alleen nuttig mits begrensd en goed geregisseerd. Bestuurders, beleidsmakers en politici moeten duidelijke kaders stellen waarbinnen ruimte is voor nuttige ideeën en inzet van burgers. Lees ook het artikel: Grenzen aan burgerparticipatie.

KunnenWillenMogen
Burgers beschikken niet over de competenties, tijd, vaardigheden (zoals taalvaardigheid), mondigheid of andere middelen om langdurig te participeren.Burgers hebben geen zin, aandacht of interesse in langdurige projecten en bijbehorende druk en verplichtingen, zeker als die niet direct hun eigen belang raken.De overheid is er om conflicterende belangen en visies af te wegen namens rekening houdend met alle burgers, ook minderheden. De overheid heeft monopolie op het gebied van geweld.
Drie factoren die de grenzen aan participatie bepalen