Door samenwerken kunnen bedrijven, overheden en burgers het corona-virus verslaan

Profiteren van de creativiteit van burgers!

Nu in deze crisis alles om snelheid, creativiteit en samenwerken draait, blijkt hoe fragiel het gesloten innovatiemodel is dat veel bedrijven en overheden hanteren. Organisaties die zich openstellen kunnen gemakkelijker en grootschaliger samenwerken, sneller innoveren en meer gebruikmaken van de creativiteit van andere spelers, inclusief fanatieke doe-het-zelfgemeenschappen en makers.

Dit belang van samenwerken en de bijbehorende barrières kwam ook duidelijk naar voren uit een toekomstscenario over de uitbraak van een virus, dat ik tien jaar geleden ontwikkelde (download hier). 


Tijdens deze coronacrisis werken bedrijven en onderzoekers wereldwijd samen op een schaal en intensiteit die ongekend is. Hierbij worden de gebruikelijke barrières zoals geheime ontwerpen en ‘beschermende’ patenten (tijdelijk) opgeheven. Open innovatie maakt het mogelijk om sneller te innoveren, beter samen te werken en meer gebruik te maken van de creativiteit van andere spelers, inclusief fanatieke doe-het-zelfgemeenschappen en makers. Deze aanpak is ook een goede strategie bij de ontwikkeling van nieuwe markten, zoals 5G en duurzame technologie.

Opschalen

Het was spannend: zou Nederland op tijd voldoende IC-bedden kunnen inrichten met voldoende beademingsapparatuur? Fabrikanten zijn met man en macht bezig om hun productie uit te breiden tot meer dan het viervoudige.

De bestaande fabrikanten zoals Philips en Dräger schalen hun bestaande productie flink op met nieuwe productiefaciliteiten en in nauwe samenwerking met hun toeleveranciers, die onderdelen of modules van beademingsapparaten produceren. Ook andere bedrijven zijn door overheden en koningshuizen gevraagd om bij te springen. Landen doen daarbij een beroep op hun nationale iconen. Zo vroeg de Britse overheid aan stofzuigerfabrikant Dyson, een van de weinige overgebleven ‘maak’ bedrijven in het Groot-Brittannië, om een beademingsapparaat te ontwikkelen. In Amerika zijn autofabrikanten Ford en General Motors gevraagd een rol te gaan spelen. Over enkele weken tot maanden moet gaan blijken of dit alles voldoende is.

Beschikken we als land nog wel zelf over voldoende competenties?

Open en gesloten innovatie

Tegelijkertijd wordt zichtbaar hoe afhankelijk we als samenleving zijn geworden van vaak enkele grote leveranciers en van een land als China, dat de afgelopen jaren een dominante positie heeft verworven in productie en grondstoffen. Beschikken we als land en continent nog wel zelf over voldoende competenties? In crisistijd vallen we terug op onze ‘oude’ industrieën en kennisclusters die vaak via universiteiten met publiek geld zijn voortgezet.

Nu alles om snelheid en samenwerking draait, worden de sterke en zwakke plekken zichtbaar van de verschillende werkwijzen die bedrijven normaliter hanteren. Hierbij kunnen verschillende ‘innovatiestijlen’ worden onderscheiden, van gesloten tot meer open en van coöperatief tot meer competitief en centralistisch.

Philips heeft een open innovatiestijl waarbij het nauw samenwerkt met toeleveranciers en partners. Het bedrijf is in het ecosysteem degene die alle onderdelen en apparatuur integreert en met software laat samenwerken tot een geheel en als een ziekenhuis. Belangrijke patenten van Philips zitten vooral in de software die de beademing zorgvuldig uitvoert en alle apparatuur onderling laat samenwerken. De apparatuur wordt vaak internationaal verkocht, met per continent verschillen in de koppelstukken en aansluitpunten. Hier zijn vaak met adapters overbruggingen te doen. Omdat Philips reeds bestaande, goedgekeurde en bewezen apparatuur heeft, kan het nu sneller opschalen dan bedrijven die vanaf nul moeten beginnen. Ook andere producenten kunnen componenten en modules voor Philips gaan produceren en doen dat inmiddels ook. Amerikaanse concurrent Medtronic gaf eveneens het ontwerp van zijn beademingsapparaat weg zodat meer fabrikanten kunnen instappen.

Philips kan het sneller opschalen dan bedrijven die vanaf nul moeten beginnen

Dyson is het modelvoorbeeld van gesloten innovatie: het bedrijf ontwikkelt alle apparatuur zelf en doet later ook de productie of besteedt die volledig uit. Dyson kan veel minder profiteren van de kracht van toeleveranciers en het uitbesteden van onderdelen aan anderen. Met andere woorden: ‘Groot-Brittannië’ is afhankelijk van de snelheid waarmee Dyson het ontwerp kan produceren (en het behoeft ook nog goedkeuring maar de procedures hiervoor worden enorm versneld).

Snorkelmaskers van Decathlon

Intussen zien we ook de creativiteit van burgers, fanatieke ontwerpers en doe-het-zelf-gemeenschappen (DIY-communities). Artsen en creatieve ontwerpers hebben ‘koppelstukjes’ (adapters) ontwikkeld waarmee snorkelmaskers van sportwinkel Decathlon om te bouwen zijn tot maskers voor zuurstofbehandeling van coronapatiënten (Italiaanse bedrijfje Isinnova) of als een beschermend masker voor ic-artsen (Nederland: Haaglanden Medisch Centrum, TU Delft, Shell). De adapters kunnen via 3D-printing eenvoudig en relatief snel gemaakt worden. Decathlon heeft inmiddels wereldwijd de verkoop van snorkelmaskers aan consumenten stopgezet om ze te kunnen doneren voor deze medische toepassingen. Een typisch voorbeeld van een innovatie zoals die uit hackatons komen, waarbij ontwerpers, studenten en burgers creatieve nieuwe toepassingen ontwikkelen met onderdelen uit bestaande apparaten of via aanpassingen van bestaande producten.

Een groep studenten van de TU Delft ontwikkelde in twee weken een werkend prototype van een beademingsapparaat, OperationAIR, dat geschikt is voor de intensive care. Een ongekende prestatie. Het apparaat werd volledig nieuw ontworpen en opgebouwd uit componenten die allemaal bij Nederlandse leveranciers en producenten verkrijgbaar zijn. Zo kan Nederland onafhankelijk van andere landen eigen apparatuur produceren. Op verzoek van de Britse overheid deelt de TU Delft het ontwerp nu met Engeland, zodat zij het in eigen land kunnen gaan namaken. Het team van de TU Delft ‘versloeg’ Tesla, dat op eigen houtje een prototype beademingsapparaat ontwikkelde, op basis van een auto-onderdeel waarin gassen gemend worden. Tesla wil hiermee mooie sier maken terwijl bestaande Amerikaanse fabrikanten en andere autofabrikanten (die veel ervaring hebben met bezinemotoren) samenwerken.

Plug&play

Door producten op te bouwen uit kleinere modules die als LEGO-blokjes in wisselende combinaties in elkaar gezet kunnen worden, en met software nieuwe functies kunnen krijgen, worden innovatieprocessen opener: andere partijen kunnen gemakkelijker aanhaken om nieuwe toepassingen en afgeleide producten te ontwikkelen. Razendsnel kunnen zo nieuwe toepassingen ontwikkeld worden en nieuwe markten worden aangeboord. Met name in markten die in transitie zijn is deze plug&play-aanpak een manier om samen met partners en klanten op zoek te gaan naar nieuwe producten die aanslaan, door steeds nieuwe varianten te ontwikkelen zonder bij nul te hoeven beginnen.

Dat zagen we tien jaar geleden bij de introductie van smartphones en de appstores: Apple, Google/Samsung en Microsoft maakten de hardware en besturingssystemen maar het waren de kleine ontwikkelbedrijfjes die met nieuwe aansprekende apps kwamen waarmee mobiele diensten eindelijk een succes werden. Apps als Instagram, Shazam, Whatsapp en Buitenradar, die later toen ze hun succes bewezen hadden, overgenomen zouden worden. Nieuwkomer Google bouwde handig voort op het open source Android en wist daarmee uiteindelijk marktleider Nokia en later Microsoft volledig weg te vagen. (Download hier een analyse (pdf) over de ontwikkelingen in de appstores.)

Op datzelfde punt staan we nu bij de ontwikkeling van 5G-toepassingen (zoals het Internet of Things) en bij energie-innovaties. In een recent paper signaleert Microsoft het belang van hardware die net zo betaalbaar, flexibel en schaalbaar is als software en clouddiensten. Actieve gemeenschappen van doe-het-zelvers zoals rond het hardware-platform Arduino zouden hier als voorbeeld of uitgangspunt kunnen dienen. (zie hier een link naar corona-gerelateerde projecten van Arduino)

Zij hebben al talloze toepassingen ontwikkeld zoals sensoren waarmee burgers de luchtkwaliteit kunnen meten. Microsoft is inmiddels ook een belangrijke aanhanger geworden van open source, waarbij de waarde gegenereerd wordt door innovatieve ecosystemen en de rol van Microsoft als platformaanbieder (Azure) is die zorgt dat de verschillende onderdelen onderling met elkaar werken, zoals eerdergenoemd Google (Android) en Philips (medisch) dat ook doen.

Microsoft heeft bij het nieuwe platform Azure gebroken met een gesloten aanpak die bijvoorbeeld Apple (met zijn eigen kabeltjes en software) en Dyson wel hebben

Na de crisis

Microsoft heeft dus gebroken met een gesloten aanpak die bijvoorbeeld Apple (met zijn eigen kabeltjes en software) en Dyson wel hebben. Normaal gesproken creëren bedrijven het liefste ‘vendor lock in’ in hun eigen ecosysteem: dus eigen filters, componenten, vloeistoffen die verkocht worden in combinatie met de eigen apparatuur. Andere leveranciers worden dan niet toegelaten net zomin als het modificeren van de producten. Op deze manier kunnen bedrijven maximaal kapitaliseren op hun platform. Iets wat vooral goed werkt als een businessmodel zich bewezen heeft of markt zich ontwikkeld heeft en volwassen aan het worden is.

Wil je als bedrijf of willen we als samenleving in de toekomst minder afhankelijk zijn van enkele grote producenten dan moeten we meer gebruik gaan maken van producten die open zijn: die opgebouwd zijn uit open source onderdelen (hardware en software) zodat we gemakkelijker diensten kunnen koppelen, kunnen wisselen van leverancier en andere partijen kunnen laten aanhaken om te produceren of toepassingen te ontwikkelen. Dat zorgt tevens voor meer concurrentie. Wacht dus niet af tot bedrijven tijdens een crisis of onder grote druk hun producten openen, zoals farmaciebedrijf Roche het recept van de vloeistoffen die nodig zijn voor de coronatest vrijgaf.

Dit artikel verscheen bij Marketingfacts, in mijn wekelijkse rubriek Futurewatch
Afbeelding: snorkelhelm (Decathlon) met opzetstukje van het Italiaande bedrijfje Isinnova.