Nieuwe ontwikkelingen

e-Participatie

Op allerlei manieren hebben sociale media en co-creatie de afgelopen jaren hun intrede gedaan in de wereld van beleid, bestuur en politiek. Via diverse platforms worden burgers gevraagd om mee te denken bij de beleidsontwikkeling. Maar het aantal terreinen is nog beperkt en vaak blijft de inbreng beperkt tot een informerende. Het bestuurlijke systeem is intern zodanig verknoopt dat de directe inbreng van burgers gemakkelijk kan verdwijnen in het formele spel waarin de politiek bepalend is voor het gevoerde beleid.

De regels van het spel zijn met de komst van Web 2.0 nog niet wezenlijk veranderd: er is een kleine groep bestuurders en beslissers, burgers kunnen door te stemmen en via inspraakprocedures hun invloed laten gelden. De Overheid 2.0-fora zijn de moderne varianten van de focusgroepen, inspraakavonden en petities.Technologische ontwikkelingen geven burgers steeds meer mogelijkheden om op een laagdrempelige manier een bijdrage te leveren aan het beleid van overheden. Waar beleid en bestuur van oudsher hiërarchisch van opzet waren, wordt het door technologie mogelijk om met grote groepen burgers beleid te co-creëren. Er worden inmiddels al enige initiatieven op dit terrein ontplooid zoals verbeterdebuurt.nl, een website waar burgers problemen kunnen opgeven uit hun directe omgeving. Hierbij wordt echter in eerste instantie verwacht dat de overheid actie onderneemt.

Open overheid

Tegelijkertijd roept de burger steeds harder om meer transparantie over de besluitvorming en om meer openbaarheid van de gegevens die de overheid over haar burgers verzamelt. Volgens velen zou een echte stap gemaakt kunnen worden als overheidsdata publiek beschikbaar komen zodat burgers en bedrijven op basis hiervan nieuwe producten diensten kunnen gaan ontwikkelen. De roep hierom wordt steeds groter. De overheid gaat in deze visie dus niet zelf bedenken wat het met alle publieke data kan gaan doen, maar geeft ruimte aan de creativiteit van burgers en bedrijven om dat te ontwikkelen. Het loslaten van informatie betekent een enorme stap voor de overheden.

De eerste voorbeelden hiervan zijn vooral te vinden in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Open Government, een initiatief van de Amerikaanse federale overheid om overheidsinformatie voor iedereen beschikbaar te stellen om vrij te gebruiken. Ook in het Verenigd Koninkrijk en Nederland zijn vergevorderde plannen om overheidsinformatie openbaar beschikbaar te maken. Dergelijke initiatieven openen enorme mogelijkheden om in de toekomst vaker met burgers beleid te gaan maken en beleid van onderop in plaats van centraal van bovenaf te ontwikkelen.

Zelforganisatie

Naast de trend van meer invloed voor burgers groeien de mogelijkheden voor zelforganisatie van burgers en groeit de behoefte van burgers om actief deel te nemen aan de vormgeving van de eigen omgeving. Niet alleen via open data zou de burger een grotere rol kunnen krijgen bij het ontwikkelen van producten en diensten. Ook via zelforganisatie kan de burger initiatieven oppakken. De overheid zou deze zelforganisatie van onderop kunnen faciliteren. Dit alles vraagt echter een volledig nieuwe mindset bij zowel burgers als de overheid. Burgers zijn gewend om achterover te leunen en allerlei publieke taken aan de overheid te laten. Doet deze overheid in zijn ogen iets niet goed dan wordt er vooral gemopperd. De overheid heeft op haar beurt veel taken en verantwoordelijkheid op zich genomen. Politiek wordt burgers van alles beloofd maar de realiteit is dat de overheid steeds minder kan regelen en bepalen omdat oude publieke taken op grote schaal geprivatiseerd zijn sinds de jaren negentig. Dat alles heeft ertoe geleid dat de overheid steeds minder middelen heeft om het beleid te sturen en de verwachtingen van burgers waar te maken.

Door burgers meer ruimte te geven voor het zelf vormgeven van de publieke ruimte en publieke taken zoals onderwijs en veiligheid zou een nieuw evenwicht gevonden kunnen worden tussen zelforganisatie en beleid. Dit betekent voor overheden onder andere meer investeren in gemeenschapszin en het besturen van sociale zelforganiserende processen op afstand. Daarvoor zou de overheid meer gebruik moeten maken van kennis over het gedrag van sociale groepen en nieuwe kennis op dit terrein moeten ontwikkelen. Ook zou de overheid een nieuwe plek moeten zien te vinden in netwerken van burgers en bedrijven en in die netwerken een toegevoegde waarde zien te vinden.

Opgeteld zien we een trend waarbij de overheid van een centrale uniforme sturing, toe moet gaan naar een decentrale, lokale sturing vanuit de netwerken zelf. De overheid zou als het ware moeten oplossen in de crowd, ingebed raken in het netwerk. Dit betekent het uitproberen van nieuwe werkwijzen die vaak zullen botsen met bestaande ideeën. Daarbij wordt ook een persoonlijkere benadering belangrijker. Hierbij worden ambtenaren zelf, als persoon, onderdeel van de publieke netwerken, een idee dat op gespannen voet staat met de bestaande centraal gecoördineerde overheidscommunicatie.

Versmelten van de fysieke en de internet-wereld

Tot een paar jaar geleden was internet een aparte omgeving, een aparte belevingswereld, waar je bewust op inlogde om er informatie te zoeken of e-mail te lezen. We gingen “op” het web. De afgelopen jaren is deze situatie met de komst van breedbandig, draadloos en mobiel internet veranderd: internet is voortaan overal en altijd beschikbaar. Tegelijkertijd is het aantal sensoren in mobiele telefoons aan het toenemen: sensoren voor locatiebepaling, richting, beweging zijn standaard aan het worden. Daarmee kan informatie van het internet gehaald worden die past bij de locatie, de tijd en de omstandigheden. Data en informatie krijgen meer context en relevantie.

Op dit moment wordt deze data vooral via kleine software-programma’s (‘apps’) op mobiele telefoons beschikbaar gemaakt. De iPhone van Apple is hier een belangrijke aanjager voor geweest. Met de toenemende rekenkracht van mobiele apparaten zien we een verschuiving van navigatie via plattegronden en vogelvluchtfoto’s naar navigatie via beelden vanaf de grond op de locatie waar iemand staat.

Google Streetview is hiervan een goed voorbeeld. Het interface van mobiele apparaten wordt de omgeving zoals we die om ons heen kunnen zien en waarmee we ons op een natuurlijke manier oriënteren. Het mobiele beeldscherm wordt een bril naar een verrijkte werkelijkheid waarbij het ‘live’ omgevingsbeeld gecombineerd wordt met aanvullende informatie en navigatie. Dit wordt ook wel ‘augmented reality’ genoemd. Het kan daarbij ook gaan om voorwerpen, informatie, elementen die niet bestaan in de werkelijke wereld. Een goed voorbeeld is het Nederlandse bedrijfje Layar dat een web browser ontwikkelde die informatielagen toevoegt aan de werkelijkheid, het camerabeeld waar iemand naar kijkt.

Sommige experts verwachten dat het beeldscherm steeds meer zal gaan integreren met een bril of in de verdere toekomst met speciale lenzen die we dragen. Dat maakt het mogelijk om voortdurend een vergrote werkelijkheid te zien, als een live beeld. Naar verwachting zullen we deze vergrote werkelijkheid over twintig jaar niet meer kunnen wegdenken uit ons dagelijks leven.

Door deze nieuwe ontwikkelingen wordt niet alleen informatie opgehaald van het internet, maar ook continu nieuwe informatie gegenereerd: over de locatie waar we zijn, de transacties die daar plaatsvinden. Ieder individu laat daarbij voortdurend sporen achter, sporen die iets zeggen over de omgeving en over sociale interacties (ad hoc crowds). Alles wat we nu al zien aan user generated content (foto’s, filmpjes, tweets) krijgt meteen een context mee en kan meteen gedeeld worden met anderen voor wie dat relevant is, met een vergelijkbare context.

Uit deze informatie is enorm veel waardevolle informatie te halen, zowel voor burgers zelf, als ook voor overheden en bedrijven. De fysieke wereld zoals we die waarnemen en kunnen aanraken, en de internetwereld zijn dan definitief versmolten. We leven dan letterlijk “in” het web gaan leven, een web dat we zelf voortdurend aan het creëren en herschrijven zijn.

Smart cities: de stad krijgt gevoel

De afgelopen jaren is zoals gezegd het aantal sensoren sterk gegroeid. Met name de mobiele telefoon bevat er al meerdere, onder andere om beweging en locatie te kunnen detecteren. Als het aan de fabrikanten van mobiele telefoons ligt dan zullen de komende jaren talloze nieuwe sensoren aan mobiele apparaten worden toegevoegd. Zo werkt Nokia aan een eco-sensor die milieukwaliteit kan meten.

De komende jaren zal het aantal apparaten dat verbonden is met internet hard doorgroeien. In het ultieme geval zal over twintig jaar alles met internet verbonden zijn. Dat betekent dat elk apparaat, elke object in onze fysieke omgeving een eigen internetadres heeft, en met behulp van sensoren extra informatie kan geven over bijvoorbeeld zijn locatie, zijn temperatuur, de hoeveelheid geluid, energieverbruik, de concentratie van bepaalde stoffen in de lucht. Dit wordt ook wel het ‘Internet der Dingen’ genoemd.

Dankzij internet kan al deze informatie gecombineerd worden met de informatie uit draagbare elektronica zoals onze mobiele telefoons, telecom-netwerken en een grote variëteit aan andere informatie zoals camera’s, labels en sensoren. Dit leidt tot een continue, rijke datastroom die een weergave is van wat er in de stad gebeurt. Deze datastroom geeft informatie over sociale netwerken, mobiliteit en het gebruik van de ruimte. De stad heeft  in deze visie als het ware gevoel gekregen: het kan waarnemen wat zich allemaal in haar afspeelt.

Op dit moment wordt veel onderzoek gedaan naar het interpreteren van deze data. Onder andere door MIT in het Senseable City Lab en Waag Society. Ook TNO houdt zich ermee bezig en er zijn al ‘Smart City’ projecten gestart in Singapore, Tokyo en Shanghai. IBM heeft ‘The Smarter City‘ als belangrijk concept neergezet waarbij de stad en al zijn processen vanuit één centrale controle kamer bestuurd kan worden. Alle data en gegevens uit de stad die relevant zijn voor de (publieke) dienstverlening worden gecombineerd.

Als deze ontwikkeling doorzet wordt het uiteindelijk ook mogelijk dat de stad reageert op de activiteit in de eigen stad. Dat zou kunnen als hieraan bijvoorbeeld stads- en verkeerverlichting gekoppeld zouden worden, of slagbomen, bruggen en andere verplaatsbare en modificeerbare architectonische objecten en herschrijfbare (computer)schermen in de stad. In de wijk Strijp-S is de Gemeente Eindhoven bezig een testomgeving te creëren voor intelligente stadsverlichting die reageert op wat er in de omgeving gebeurt.

1 reactie op “Nieuwe ontwikkelingen

  1. In het boekje ‘Don’t be evil’ schets je dat alles in cycli komt. Hierbij werd ook de volwassenheid van IT belicht. We gaan volgens die theorie na 30 jaar van opbouwen, ontdekken wat we allemaal kunnen met hetgeen we hebben gemaakt. Die sprongen zijn we nu aan het maken. Ofwel Google, Facebook en Twitter zitten nog bij de opstartfase. Niet bij de ontdekkingsfase. We staan pas aan de vooravond om van al deze gegevens, een enorme bron aan informatie en kennis te maken. Het web is al een tijdje persoonlijk, er zijn al een tijdje real-time toepassingen, iedereen is zender en ontvanger, we maken grote sprongen op het gebied van location based toepassingen kortom de wereld ligt aan onze voeten. We hoeven alleen nog de use cases te ontdekken die aantonen dat sommige combinaties van al deze technieken ook daadwerkelijk toegevoegde waarde kunnen leveren aan ons dagelijks leven. Liftdeck is een goed, recent voorbeeld van zo’n ontdekking: Deze voorziet, door een slimme inzet van bestaande technieken, in de behoefte van zijn gebruikers.

    Vind dit leuk

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s